Het retentierecht kan worden gebruikt als pressiemiddel om facturen betaald te krijgen. Minder vaak wordt het retentierecht in het kader van een arbeidsovereenkomst uitgeoefend, maar dat kan wel. Een werknemer kan onder bepaalde voorwaarden een zaak van zijn werkgever achterhouden, om op die manier betaling van achterstallig loon af te dwingen.
Ja, zelfs dat kan, zo oordeelde de Rechtbank Overijssel op 13 maart 2026 in het kader van een kort geding procedure.
Deze zaak gaat over een vrachtwagenchauffeur die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is voor een transportbedrijf. De werknemer meende dat zijn werkgever het loon niet volledig heeft betaald. Om zijn loonvordering kracht bij te zetten, heeft werknemer de vrachtwagen waarin hij reed op een parkeerplaats langs de snelweg gezet. De werknemer bleef daarna in de cabine van de vrachtwagen en wilde de vrachtwagen pas teruggeven als zijn loon werd betaald.
De kantonrechter oordeelt in deze zaak dat de werknemer zich terecht op een retentierecht beroept, omdat vast is komen te staan dat de werknemer een opeisbare loonvordering op de werkgever heeft en ook voor het overige aan de vereisten voor het rechtsgeldig inroepen van een retentierecht is voldaan.
Het retentierecht is geregeld in artikel 3:290 e.v. van het Burgerlijk Wetboek.
Het wettelijke retentierecht geeft de schuldeiser (werknemer die zijn loon niet heeft ontvangen) de bevoegdheid om de afgifte of teruggave van een zaak (bijvoorbeeld de auto van de zaak) op te schorten totdat de schuldeiser (werkgever) zelf heeft betaald.
In algemene zin is het retentierecht een opschortingsrecht. Andere bekende voorbeelden van opschortingsrechten zijn:
Loonbetaling of re-integratieverplichtingen opschorten
Denk aan de betaling van het loon opschorten omdat een werknemer de controlevoorschriften tijdens arbeidsongeschiktheid niet nakomt. Of de werknemer die zijn re-integratieverplichtingen opschort omdat werkgever het loon tijdens ziekte niet uitbetaald. De eisende partij schort zijn eigen prestatie op tot de ander alsnog heeft gepresteerd.
Is sprake van een verplichting tot afgifte van een zaak dan is het (tevens) een retentierecht.
Enkele vereisten voor het rechtsgeldig inroepen van een retentierecht zijn:
Indien de werkgever eigenaar is van het voertuig, kan werknemer, wanneer aan de vereisten is voldaan, een beroep op het retentierecht doen. Een retentierecht kan ook ingeroepen worden voor andere goederen van de werkgever gelden die de werkgever onder zich heeft.
Is de betreffende zaak niet in eigendom van werkgever zelf, maar bijvoorbeeld van een leasemaatschappij, dan is niet vanzelfsprekend dat het retentierecht kan worden uitgeoefend. Werknemers doen er goed aan om zich eerst goed te laten informeren. Anders kan dat mogelijk resulteren in een schadevordering van de eigenaar.
Wanneer een werknemer onterecht een beroep doet op het retentierecht of blijkt dat uitoefening van het retentierecht disproportioneel is, kan dit leiden tot een verplichting tot het betalen van een schadevergoeding. Dat kan bijvoorbeeld het gevolg hebben dat werknemer de schade die de werkgever ten gevolge van het niet afgeven van de auto heeft geleden, dient te vergoeden.
De werknemer dient er ook voor te zorgen dat de zaak goed wordt opgeslagen of gestald. Het komt voor zijn risico als de zaak beschadigd raakt tijdens de uitoefening van het retentierecht.
Krijgt u te maken met een werknemer die zich beroept op het retentierecht en wilt u zich hiertegen verzetten, neem dan contact op met Elzemieke Schouten.