Het terugneemrecht van de echtgenoot bij faillissement

Het faillissement van één van de echtgenoten kan ook grote nadelige gevolgen hebben voor de andere echtgenoot. De niet-gefailleerde echtgenoot kan onder omstandigheden een beroep doen op het terugneemrecht om privé goederen te beschermen voor het faillissement. De echtgenoot mag goederen dan terugnemen zodat deze niet verkocht worden om de schulden van de andere echtgenoot te voldoen. In dit artikel bespreken we de toepassing en gevolgen van het terugneemrecht.

Het terugneemrecht van privé goederen

Het uitgangspunt van het faillissementsrecht is dat het faillissement alleen het vermogen van de failliete persoon raakt. Goederen die eigendom zijn van de andere echtgenoot behoren in beginsel niet tot de faillissementsboedel. Is sprake van een gemeenschap van goederen, dan valt echter ook de gemeenschap onder het fallissement.

Artikel 61 Faillissementswet biedt de echtgenoot van de failliet de mogelijkheid om goederen die privé aan hem of haar toebehoren en niet in een huwelijksgemeenschap vallen, uit de faillissementsboedel terug te nemen. Het gaat dus om het veiligstellen van een eigendomsrecht dat al voor het faillissement moet hebben bestaan.

Sinds 2018 kennen we de beperkte gemeenschap van goederen. Vermogen dat er al voor het huwelijk was, blijft privé vermogen. Dus is er ook over het algemeen meer privévermogen dat buiten een gemeenschap van goederen valt. Daardoor kan er vaker een beroep worden gedaan op het terugneemrecht. Stel: er is een boot die de man al voor het huwelijk had, dan kan de man een beroep doen op het terugneemrecht als de boot bij zijn gefailleerde vrouw is aangetroffen.

Bewijslast van de echtgenoot bij het terugneemrecht

De bewijslast dat een goed privé is, ligt bij de echtgenoot. Bij huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen heeft iedere echtgenoot in beginsel een eigen vermogen. Een zaak dat uitsluitend aan de niet-gefailleerde echtgenoot toebehoort, valt dan meestal niet in de faillissementsboedel. Dit is dan ook bij goederen op naam van de echtgenoot goed te bewijzen.

In de praktijk is het echter niet altijd eenvoudig vast te stellen van wie een zaak is of wie deze gefinancierd heeft. Echtgenoten wonen bijvoorbeeld samen in dezelfde woning, gebruiken dezelfde auto of beschikken over gezamenlijke bankrekeningen. Ook kunnen goederen zijn aangeschaft met geld dat afkomstig is uit verschillende vermogens, zowel gezamenlijk als privé. Denk aan een aanbetaling voor een auto, die wordt aangevuld met een betaling van de gezamenlijke rekening.

Daarom is de bewijspositie belangrijk. Degene die stelt eigenaar te zijn van een goed, moet die eigendom tegenover de curator voldoende kunnen onderbouwen. Wanneer de curator een goed tot de faillissementsboedel rekent terwijl de andere echtgenoot stelt dat dit goed hem of haar toebehoort, dan moet de niet-gefailleerde echtgenoot zijn of haar eigendomspositie duidelijk onderbouwen met bewijsstukken. Daarbij is het van belang om aan te tonen:

  1. op welke grond het eigendomsrecht berust;
  2. wanneer en op welke wijze het goed is verkregen;
  3. met welk vermogen het goed is gefinancierd.

Indien de curator deze onderbouwing niet accepteert, kan een geschil ontstaan over de eigendom en de afgifte van de betreffende zaak, dat uiteindelijk aan de rechter kan worden voorgelegd.

Huwelijkse voorwaarden vormen vaak het vertrekpunt bij de beoordeling van de vermogenspositie van echtgenoten. Zij bepalen onder meer of sprake is van enige gemeenschap en welke vermogensrechtelijke afspraken tussen de echtgenoten gelden.

De huwelijkse voorwaarden zijn echter niet altijd voldoende om de eigendom van een specifiek goed aan te tonen. Bij een auto, banktegoed, belegging of inboedel kan bijvoorbeeld ook van belang zijn wie het goed heeft gekocht en met welk vermogen dit is betaald. Een goede administratie van het privé vermogen is daarom van groot belang.

Voorbeeld van mislukt terugneemrecht

Ook kan er toch een gezamenlijke aankoop zijn gedaan tijdens het huwelijk. Een voorbeeld is de echtelijke woning die door beide echtgenoten is aangeschaft met een gezamenlijke hypotheek. De woning valt dan in een zogenaamde eenvoudige gemeenschap (want zij zijn gezamenlijk eigenaar). Ook al zou de andere echtgenoot daarna nog 100 % van de lasten betalen, de eigendomsverhouding is doorslaggevend voor de vraag of sprake is van een terugneemrecht. In dit geval zal een terugneemrecht niet helpen.

Echtscheiding en faillissement

De situatie wordt nog complexer wanneer de echtgenoten inmiddels zijn gescheiden of in scheiding liggen, maar het huwelijksvermogen nog niet is afgewikkeld. Hier schreven wij al eerder over in het artikel Echtgenoot failliet tijdens echtscheiding, wat nu?

Bij een echtscheiding moeten de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk worden afgewikkeld en gezamenlijk vermogen verdeeld. Afhankelijk van het huwelijksvermogensregime kan een verdeling van gemeenschappelijke goederen nodig zijn. Ook bij gescheiden vermogens kunnen er echter onderlinge verrekenvorderingen of gezamenlijke vermogensbestanddelen bestaan.

Wanneer één van de ex-echtgenoten vervolgens failliet gaat, rijst de vraag welke rechten de andere ex-echtgenoot nog tegenover de faillissementsboedel kan uitoefenen.

Als de echtscheiding al aanhangig is bij de rechtbank, is de gemeenschap van goederen geëindigd op het moment dat de echtscheiding is aangevraagd. Dit betekent echter niet dat de curator zich niet meer op gemeenschappelijke goederen mag verhalen. De failliete echtgenoot mag niets over de verdeling bepalen en de gemeenschappelijke goederen vallen nog steeds in het faillissement. Als sprake is van volledig gescheiden vermogens via huwelijkse voorwaarden, zal dit niet zo snel spelen en kan van het terugneemrecht gebruik worden gemaakt.

Privévermogen dat is geïnvesteerd in een zaak tijdens het huwelijk

Bijzondere aandacht verdient de situatie waarin privévermogen wordt gebruikt om een zaak te kopen. Een echtgenoot kan bijvoorbeeld voor het huwelijk over € 100.000 beschikken en dit bedrag vervolgens gebruiken bij de aankoop van een aandelenportefeuille, waarin ook vanuit een gezamenljke rekening wordt belegd. Bij een later faillissement kan discussie ontstaan over de vraag of de aangekochte aandelen volledig tot het privé vermogen behoort.

Het is daarom belangrijk dat de financiële geldstromen kunnen worden gevolgd. Bankafschriften, koopovereenkomsten en betalingsbewijzen kunnen daarbij essentieel zijn. Hoe langer de geldstromen en transacties geleden zijn en hoe meer vermogensbestanddelen door elkaar zijn gaan lopen, hoe moeilijker het kan worden om de eigendom overtuigend aan te tonen.

Vergoedingsrechten

Daarnaast moet onderscheid worden gemaakt tussen eigendom van een zaak en een vordering op de ex-echtgenoot. Wie eigenaar is van een zaak dat bij de failliet ligt, kan onder omstandigheden afgifte daarvan verlangen via het terugneemrecht. Wie daarentegen alleen recht heeft op betaling op grond van een verrekening of verdeling, heeft in beginsel een vordering op de failliete ex-echtgenoot en die vordering heeft geen voorrang binnen het faillissement.

Wanneer privévermogen is aangewend voor de aankoop of verbetering van een zaak dat (deels) aan de andere echtgenoot toebehoort, kan een recht op finaniciële vergoeding ontstaan bij het einde van het huwelijk. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij investeringen in een woning of bij aflossing van een schuld die juridisch aan de andere echtgenoot is verbonden. Dergelijke vergoedingsvorderingen kunnen bij echtscheiding worden verrekend, maar in een faillissement van één van de echtgenoten kan deze vordering niet anders worden geïnd dan via de faillissementsboedel. De echtgenoot kan zich niet verhalen op de zaak zelf. Zover strekt het terugneemrecht dus niet. Het vergoedingsrecht kan slechts als concurrente vordering worden ingediend bij de curator met weinig tot geen zicht op betaling.

Taak van de curator

De curator zal bij een echtscheiding onderzoeken of de verdeling van het huwelijksvermogen correct is en of het mogelijk benadelend is geweest voor schuldeisers van de failliete echtgenoot. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld dat de echtgenoten, wetende dat het faillissement er aan komt, de woning toedelen aan de niet-failliete echtgenoot met een beroep op de verrekening van een vergoedingsrecht. In plaats van dat de echtgenoot aansluit bij de overige schuldeisers, neemt hij of zij een voorkeurspositie in ten aanzien van de woning.

De curator kan deze transactie onder omstandigheden terugdraaien omdat alleen de vrouw geprofiteerd heeft van de transactie terwijl er anders meer geld te verdelen was onder alle schuldeisers. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de datum van de verdeling, de waarde van de overgedragen goederen, de onderlinge verrekening en de financiële positie van de echtgenoot op het moment van de verdeling. Een echtscheiding of vermogensverdeling biedt dus geen mogelijkheid om goederen aan verhaal door schuldeisers te onttrekken.

Conclusie

Het terugneemrecht kan de niet-gefailleerde echtgenoot beschermen tegen het verhaal door schuldeisers van zijn of haar echtgenoot. De niet-gefailleerde echtgenoot doet er verstandig aan om zijn of haar positie zo vroeg mogelijk te onderbouwen en inzichtelijk te maken aan de curator . Het is van belang om de curator direct te voorzien van relevante stukken waaruit de eigendom en herkomst van goederen blijkt en, als die er zijn, de huwelijkse voorwaarden aan de curator te verstrekken.

Een mondelinge afspraak tussen echtgenoten is in dit verband onvoldoende; de curator zal in de regel zwaar tillen aan schriftelijke en verifieerbare documentatie van derde partijen, bijvoorbeeld de bank of notaris.

Bij echtscheiding zal de curator ook kritisch kijken naar de geldstromen en of er vorderingen in het voordeel van de niet-failliete echtgenoot worden opgegeven.

Hoe kan Bowmer & Nuiten u helpen?

Bent u echtgenoot of geregistreerd partner van een (bijna) gefailleerde persoon en heeft u advies nodig over uw rechtspositie? Wilt u weten wat u wel en niet mag doen ten opzichte van de curator? Of wenst u te scheiden en denkt u dat er risico is op een faillissement? Wij geven u hierover graag advies. Wij hebben een ervaren team van advocaten die gespecialiseerd zijn binnen zowel het familierecht als het faillissementsrecht, die u graag bijstaan.

Heeft u vragen over dit artikel, neem dan contact op met Selma Akitürkmen.

Neem contact op